Nooit meer wegkijken

25 november 2009                                                                                   foto: Jeff Brown

IDFA vertoont films over oorlog, onderdrukking, milieuvervuiling, klimaatverandering en armoede. Met voor de kijker een aansporing of op zijn minst de vraag een keuze te maken. Vrijblijvend kijken is er niet meer bij.
DOOR KARIN WOLFS

‘Wat zou jij doen?’, vraagt regisseur Dariusz Jablonski de kijker in zijn IDFA openingsfilm War Games And the Man Who Stopped Them, over de Poolse kolonel Kuklinsi, die uit idealistische overwegingen staatsgeheimen lekte naar de Amerikanen. Het was Koude Oorlog en Kuklinski wist als een van de weinigen dat er elk moment een nucleaire oorlog uit kon barsten in Europa. De kolonel besloot de Amerikanen in te lichten over de plannen van het Warschaupact, waarmee hij in zijn eentje vele levens redde, volgens Jablonski. Het kostte hem wel zijn privéleven; toen hij later vluchtte naar Amerika, leefde hij daar jaren afgezonderd met zijn gezin, uit angst voor represailles.

Kiezen
Jablonski wil dat de kijker het verhaal over Kuklinski tot het zijne maakt. Hij gebruikt daarvoor de vorm van een game en stelt de kijker meerdere malen voor de keus: wat zou jij doen als je aan de touwtjes trok? Achterover leunen en het allemaal maar langs je heen laten gaan is niet langer een optie: de kijker moet oordelen, zich actief verhouden tot de film. De goede kant kiezen.
‘Wat ik zou doen?’ Zou ik zo dapper zijn als de Iraanse filmmaker en journalist Maziar Bahari om tegen de regering in te gaan en verslag uit te brengen? Hij dacht niet na over de risico’s, zei hij, ‘want dan doe je niks meer’. Net als Kuklinski is hij een held, ook ten koste van zijn privéleven, want Iran kan hij niet meer in. Een echte keuze was dat niet, want daarvoor moet je de consequenties kunnen overzien. Vorig jaar opende IDFA met Episode 3 - Enjoy Poverty van Renzo Martens, die met zijn film de rol van de kijker ter discussie stelde. Wij kijken vrijblijvend naar andermans ellende, was zijn stelling. Dat vinden we lekker, want we kijken daarmee in de spiegel. We kijken en vergelijken; verzuchten ‘wat hebben we het toch goed’ en gaan over tot de orde van de dag. Een nog beter gevoel krijgen we als we in de gelegenheid worden gesteld geld over te maken, want dat stelt ons in staat een ‘beter mens’ te zijn. Wat we níet willen weten, is dat we onderdeel zijn van het probleem. Dat er in Afrika mensen sterven omdat het Westen ze al eeuwen geen eerlijke prijzen betaalt. Omdat onze regeringen ze afschepen met een fooi aan ontwikkelingssteun, zonder ooit de machtsverhoudingen zelf aan te passen.

VEILIG KIJKEN
Desondanks is het dit jaar weer ‘business as usual’ op IDFA. Het publiek komt weer kijken om zijn wereld met die van anderen te vergelijken. Om voor een tientje na afloop ‘erg hè’ te kunnen zeggen en vervolgens een biertje te drinken. Om de zogenaamde betrokkenheid te tonen die al die filmmakers van hen vragen, zonder zichzelf daarbij in de waagschaal te hoeven stellen. Zolang dat het geval is, blijven de belangen dus maar klein. Veilig kijken als ideale aflaat voor de moderne westerse mens die niet van onverschilligheid wil worden beticht. Risico’s nemen doen anderen voor ons. Ondertussen is de keus die ons wordt voorgelegd geen echte keus: van te voren staat al vast wat de ‘goede kant’ is. Nog voor we hebben gekeken staan de ‘goeie kanters’ klaar om ons voor hun zaak te winnen: dit zijn geen gewone films; dit zijn ‘Movies that Matter’. Ondertussen is er geen zinnig mens in Nederland tegen mensenrechten, democratie of vrede op aarde. Ik ben er nooit tegen geweest, dus ik hoef niet te worden overtuigd. Toch word ik gemobiliseerd om mijn portemonnee te trekken en mijn schuld af te kopen, een handtekening te zetten. Een klassieke erfschuld, omdat ik in het rijke Westen ben geboren. Die schuld wordt onder de informatiemaatschappij steeds zwaarder, want waar je van weet mag je niet meer negeren. Onder die druk wordt de wereld te groot voor mij.

DONATIES
Het beroep dat filmmakers op hun publiek doen, lijkt inmiddels vanzelfsprekend. Zie de aftiteling van The Yes Men Fix the World, waar voor donaties wordt verwezen naar de site van een kliniek in Bhopal, een dorp in India dat slachtoffer werd van een chemische ramp. Zie de slottekst van U.N.Me, die de Amerikaanse belastingbetaler oproept zich actief op te stellen. De maaksters van Weapon of War, over militairen die in Congo verantwoordelijk waren voor ontelbare verkrachtingen, reizen met hun film dat land rond om de situatie te verbeteren. Weer zo’n initiatief waar je niet tegen kunt zijn. Maar ik hoef het niet te zien. Hoe harder de film door minister Koenders van ontwikkelingssamenwerking wordt gepromoot, hoe meer het me tegenstaat te gaan kijken. Want als ik een kaartje koop voor en geld overmaak aan de verkrachte vrouwen van Weapon of War, aan de hongerlijdende kinderen van Enjoy Poverty, aan de verslaafde tieners van Addicted in Afghanistan, de verminkt geboren nazaten van de oorlog in Vietnam uit The Face of the Enemy, de slachtoffers van de tsunami uit Syawal Was Very Scared en van de cycloon uit Nargis. When Time Stopped Breathing, aan de onteigende boeren uit Mugabe & The White African, de met steniging bedreigde vrouwen uit Women in Shroud, de economische vluchtelingen uit Which Way Home en Those Who Remain, nooit meer vis eet vanwege de getoonde overbevissing in The End of the Line, heb ik dan genoeg gedaan? Wie bepaalt dat? Of word ik dan geleefd? Waar trek ik de grens? Wanneer zet ik iets op het spel? Wat kan ik Hier en Nu zelf direct beïnvloeden? Is dat niet een kwestie van instinct volgen, ‘gewoon doen’, zoals Bahari stelt? Ik kan nog zo veel IDFA films zien over situaties in verre landen, nog zo veel donaties overmaken - maar in mijn dagelijks leven een wegkijker zijn. Net als Renzo Martens, die vorig jaar ruiterlijk toegaf zich geen haar beter te voelen dan wie dan ook.

SLOPEN
Op nog geen kilometer van mijn huis stond een asielzoekerscentrum waar ik nooit ben geweest. Waar ik nog nooit heb geprobeerd het hek van te slopen. Nu weet ik niet eens waar die mensen zijn gebleven. Terwijl ik toch regelmatig mijn mond vol heb over het idiote verschil dat tegenwoordig tussen ‘legale’ en ‘illegale’ mensen wordt gemaakt. Als dat niet zielig is.