We kunnen geen granaat van een raket onderscheiden

Ze kenden elkaar al van een filmfestival in Kopenhagen. De een heeft op dit festival een retrospectief en een Top-10 van zelf geselecteerde films, de ander een documentaire in de Joris Ivens Competitie en een in de Publiekstop-20. Iraanse eregast Maziar Bahari en Spaanse regisseur Carles Bosch zijn vrienden en voelen zich verbonden met elkaars werk. ‘Wat wij gemeen hebben is een journalistieke achtergrond, we maken allebei documentaires in samenwerking met televisie.’

Beide filmmakers hebben veel ervaring met het werken in oorlogsgebieden. Bahari regisseerde onder andere Targets: Reporters in Iraq en 4 Short Films on Iraq; Bosch rapporteerde, naast zijn documentaires Balseros (Joris Ivens Competitie 2002 en nu in de Publiekstop-20) en Septembers (Joris Ivens Competitie 2007), over de Bosnische oorlog begin jaren negentig. Bosch: ‘Ik behoor tot een generatie journalisten die verliefd werd op Bosnië. Maar ik noem mezelf geen oorlogscorrespondent. Ik ga alleen naar die oorlogsgebieden waar ik een bijdrage kan leveren, in Bosnië kon ik een politiek statement maken. Ik zou nu bijvoorbeeld nooit naar Irak gaan, maar Maziar is daar juist wel weer op zijn plaats.’

Bahari voegt toe: ‘Het belangrijke is dat je als mens soms de verplichting voelt iets te doen. Dat heb ik met Irak; ik heb de kennis dus die moet ik delen. Maar ook ik zie mezelf niet als oorlogscorrespondent, op dit moment ben ik het tegen wil en dank. Ik doe namelijk ook verslag in Irak als er geen conflict is. Persoonlijk vind ik het hele concept ‘oorlogsjournalist’ onbegrijpelijk. Het lijkt wel of sommige verslaggevers verslaafd zijn aan conflicten en de hele wereld afreizen om ze te vinden. Het is een soort obsessie, terwijl ze het land niet eens kennen; ik werd een keer belaagd in een hotel in Bagdad door een horde journalisten, omdat “Bahari ze wel even in contact kon brengen met wat Irakezen.” Als je geen persoonlijke ervaring of contacten hebt, vraag ik me af wat je er doet.’

Beide regisseurs hebben totaal geen verstand van oorlogszaken: ‘We zouden nog geen granaat van een raket kunnen onderscheiden.’ Maar daar gaat het ook niet om. Bosch: ‘En schrijf nou niet op dat we zo’n goed geweten hebben, het vloeit eerder voort uit een slecht geweten. Ik zou me constant slecht voelen als ik betaald kreeg voor een reportage terwijl er elders een oorlog was waar ik als journalist echt iets zou kunnen betekenen. Zo heeft iedere journalist een plaats waar hij een bijdrage kan leveren.’

Nieuws en documentaires
Bahari: ‘Ik ben een pragmatisch persoon. Om een goede documentairemaker te zijn, moet je professioneel zijn. Het is je dagelijks werk, geen hobby. En alspraktijkgericht filmmaker moet je een informatieweg zoeken die de mogelijkheid biedt je ideeën naar de buitenwereld te brengen. Je hoeft je eigen waarden niet aan de kant te schuiven, je kunt altijd een waardig compromis zoeken tussen beide. Soms moet je het verlangen een langere film te maken aan de kant zetten, soms het verlangen naar esthetische waarde. Maar vooral nu er zo veel om ons heen gebeurt, is het mijn persoonlijke mening dat je elke kans die je krijgt om je ideeën uit te drukken, moet aangrijpen. Ik weet bijvoorbeeld nog dat ik kinderen tegenkwam in de gevangenis, tijdens het regisseren van And Along Came a Spider. Naar mijn mening een onderwerp om een lange documentaire over te maken, maar hoelang ben je bereid te wachten voor zoiets meer aandacht krijgt? Ik heb toen besloten dat ik er liever een nieuwsitem van tien minuten van wilde maken, dan een film die een jaar later pas zou uitkomen.’

Bosch stemt in: ‘En je kunt nog steeds zo betrokken zijn als je wil. Er is altijd een percentage creativiteit aanwezig. Vooral voor ons, omdat we niet net komen kijken. Soms kan ik zelfs stiltes gebruiken in een nieuwsfilmpje. Dan doe je een item voor een snel nieuwsprogramma en voeg je een stilte van een paar seconden in. Dat is prachtig.’

Wisselwerking
Bahari: ‘Ik vind de wisselwerking tussen journalistiek en het maken van documentaires leuk, het verrijkt zowel je werk als je ervaringen. Als documentairemaker word je een betere journalist en als journalist word je een betere documentairemaker. Als journalist ben je je bewust van je omgeving, en als documentairemaker ken je het belang van tijd. Ik denk dat het een prachtige relatie is. Ik snap ook niet waarom er vanuit de kunstwereld wordt neergekeken op de fusie van journalistiek en het maken van documentaires. Voor mij zijn ze sowieso met elkaar verbonden.’

Bosch stemt heftig knikkend in en voegt toe: ‘Er zijn verschillende filmscholen in Barcelona, ze vragen me geregeld om les te komen geven. Maar ze werken daar onder de vlag “creatieve documentaires.” En als ik met de studenten praat, soms zelfs met vierdejaars, kom ik erachter dat ze totaal geen kennis hebben van de meest simpele journalistieke regels. En dat omdat journalistiek niet creatief zou zijn. Natuurlijk wel, wat is het anders?’

Bahari: ‘Daarom wilde ik graag meedoen aan IDFAcademy, ik wilde die filmstudenten eens flink aanpakken. Sommigen zeggen dat hun film geen aandacht krijgt omdat ze kunstzinnig bezig zijn, maar dat is een makkelijke uitvlucht. Je kunt best creatief te werk gaan en toch worden uitgezonden, je moet gewoon je basis kennen. En wat is journalistiek nou helemaal? Je doet verslag van wat je om je heen ziet, op de best mogelijke manier. De voornaamste schrijvers in de geschiedenis waren journalisten: Mark Twain was een journalist, Gustav Flaubert ook. Als je hun boeken leest, weet je dat. En je weet ook dat ze die nooit hadden kunnen schrijven zonder die inslag. De schoonheid van documentaires zijn de lagen van informatie. Dat maakt iets tot een kunstwerk.’

Bosch: ‘Maar je wil ook niet puur journalistiek te werk gaan, alleen al omdat je dan geen aandacht van het publiek krijgt. Als we geen creativiteit gebruiken in korte documentaires voor bijvoorbeeld de BBC, kijken mensen er niet naar. Er zijn zo veel zenders. Je hebt ruimte nodig voor dat beetje magie.’

Magie
Bahari: ‘Carles heeft gelijk. Als je een documentairemaker iets meer tijd en geld geeft om de film te maken, kan hij magie gebruiken. Je kunt magie niet laten gebeuren wanneer jij dat wil, je moet erop wachten. Een magisch moment met de karakters kan na dertig seconden plaatsvinden of na een half jaar, dat kan je niet inplannen. Maar het is wel wat een goede documentaire tot een geweldige maakt.’

Bosch: ‘Toen ik bezig was met Septembers deed er met de zangwedstrijd een Nigeriaanse gevangene mee die No Woman No Cry zong, van Bob Marley. Ik heb nog nooit iemand een nummer zo slecht horen zingen. En dat wist hij ook, maar hij wilde meedoen om even uit zijn cel te zijn, om even een andere kant van zichzelf te laten zien. Ik wilde het per se in de film hebben, maar die dertig seconden kostten een vermogen. De producers zagen de relevantie niet, uiteindelijk heb ik een deel uit eigen zak betaald. Voor mij was dit zo natuurlijk, zo menselijk; het was het magische moment. En dat maakt een film tot een kunstwerk.’