Victor Kossakovsky over zijn Top 10

    • Festival
    • 23 november 2012
    • Door Paul van de Graaf

    De Russische filmmaker Victor Kossakovsky (Leningrad, 1961) staat bekend om zijn eigenzinnige kijk op de wereld, het leven en de film. In 2012 was hij eregast op IDFA, dat een retrospectief van zijn oeuvre en de Top 10 van zijn favoriete documentaires vertoonde.

    Zelfs op de vroege ochtend heeft Kossakovsky aan een enkel woord genoeg om uitgebreid van wal te steken. “Het brein?”, herhaalt hij, terwijl hij de wenkbrauwen fronst. “In de betekenis van verstand is het een nuttig apparaat. Ik gebruik het vóór ik ga filmen, maar zo weinig mogelijk tíjdens het filmen. Dan vertrouw ik op mijn intuïtie en blokkeer ik mijn brein. Zoals een goede zanger een liedje met zijn verstand van buiten leert, maar het op gevoel zal vertolken. Zo krijgt de muziek een stem. Als filmmaker probeer ik op het niveau te komen van de geest of de ziel, waarmee je kunt doordringen tot het wezen van de dingen. Met het verstand kun je iets beschouwen, met de ziel zie je hoe het werkelijk is.”

    In Svyato (2005) filmt Kossakovsky zijn tweejarige zoontje, die voor de eerste keer in een spiegel kijkt. “Voilà: de ontdekking van het ik, het zelfbewustzijn van de mens. Filmen is voor mij een transcendentale bezigheid. De geest verheft zich. Ik beleef de meest intense momenten wanneer ik een beeld in het kader heb gevat. Als iemand anders dat doet, ontstaat er een ander beeld. Het is een kwestie van talent in welke mate die beelden de kijker raken – zowel het talent van de filmmaker als dat van de kijker.”

    Als voorbeeld geeft Kossakovsky de door hem bewonderde Aleksander Sokoerov, van wie hij het vijfenhalf uur durende Spiritual Voices (1995) in zijn Top 10 heeft opgenomen: “Het is misschien een vreemde metafoor, maar filmkunst is een vorm van de liefde bedrijven. Samen werk je naar een hoogtepunt toe. Het mooiste is als je dat gelijktijdig bereikt. In z’n laatste films heeft Sokoerov te veel z’n verstand gebruikt. Op die manier kun je geen liefde bedrijven, laat staan klaarkomen.”

    Gezichtsbedrog speelt een grote rol in Kossakovsky’s meest recente film ¡Vivan las antipodas! (2011), over vier paar tegenovergestelde plekken op de aardbol, en in de eveneens in zijn Top 10 opgenomen klassieker Man with a Movie Camera (Dziga Vertov, 1929). “Wat heeft het voor zin een film opnieuw te zien als er niks dubbelzinnigs in schuilt?”, aldus Kossakovsky. “De filmindustrie vertelt verhalen. Daar is het nieuwtje na één keer af, net als bij de krant. Spelen met de perceptie is in mijn ogen van een hogere orde dan verhalen vertellen. Een geoefend publiek heeft behoefte aan verrassingen. Daarom hou ik van films en boeken die je niet ogenblikkelijk kunt doorgronden. Dostojevski is de lezer altijd een stap voor, waardoor hij steeds verrast. Hij speelt met de gevoelens van de lezer. Als je verveeld dreigt te raken, lees je even verder dat de schrijver weet dat je je verveelt... Meesterlijk!”

    Kossakovsky kijkt door het raam over het Rembrandtplein en vervolgt: “Als filmmaker steel je kostbare tijd van de toeschouwer. Dus die moet ik verleiden door hem iets unieks voor te schotelen, in die pakweg twee uur.” Op dat moment kijkt Kossakovsky geschrokken op z’n horloge en sprint abrupt, in de loop z’n jas aantrekkend, naar buiten.

    Deze website maakt gebruik van cookies.

    Door het gebruik van cookies kunnen wij meten hoe onze site wordt gebruikt, hoe deze nog verder kan worden verbeterd en om de inhoud van online advertentie uitingen te personaliseren.

    Lees
     hier alles over ons cookiebeleid. Indien je kiest voor weigeren, plaatsen we alleen functionele en analytische cookies