The Female Gaze

    In 2014 presenteert IDFA het programma The Female Gaze: bestaat er een 'vrouwelijke blik' in het documentairegenre? Vijftien internationaal vooraanstaande vrouwelijke regisseurs, onder wie Pirjo Honkasalo, Barbara Kopple en Kim Longinotto, selecteerden de vertoonde films.

    Met The Female Gaze richt IDFA de blik op vrouwen in de documentairewereld. Want onderzoek naar beeldvorming van vrouwen in de media is er genoeg, maar nauwelijks op het gebied van documentaires. Daarbij houdt IDFA ook haar eigen programmering van de afgelopen tien jaar tegen het licht.

    Beeldvorming en vertegenwoordiging, daar draait het allemaal om. Want wat voor documentaires maken vrouwen? En hoe worden vrouwen in beeld gebracht? Is dat anders wanneer de regisseur zelf een vrouw is? Maken vrouwen überhaupt andere documentaires dan mannen? En zijn vrouwen sterk genoeg vertegenwoordigd in de documentairewereld, voor en achter de camera? Of hebben ze, net als bij speelfilms, te maken met de zogenoemde celluloid ceiling, het glazen plafond in de filmindustrie?

    Om die vragen te beantwoorden heeft IDFA vijftien van de belangrijkste vrouwelijke documentairemakers ter wereld uitgenodigd voor een debat. En voor nagesprekken bij films – elk van hen is gevraagd drie documentaires te noemen: één inspiratiebron, één van henzelf en één van een jong talent.

    Daaruit is een breed en internationaal programma samengesteld van 28 titels. Met klassiekers als de Iraanse documentaire The House Is Black (1962), over een leprakolonie, en Agnes Varda’s The Gleaners and I (2000), over Franse sprokkelaars. Met onverwachte verwantschappen, zoals de terugblik op een oorlog in Jasmila Zbanic’ Images from the Corner (2003), over Sarajevo, en in Tatiana Huezo’s The Tiniest Place (2011), over El Salvador. Of de druk die ouders hun dochters opleggen in Pirjo Honkasalo’s Tanjuska and the 7 Devils (1993), waarin een twaalfjarige een duiveluitdrijving ondergaat, en Teodora Ana Mihai’s Waiting for August (2014), waarin de vijftienjarige Georgiana noodgedwongen als gezinshoofd fungeert. Daarnaast ontleedt Marie Mandy in Filming Desire (2000) seksscènes van vrouwelijke regisseurs en presenteren Jessica Yu, Phie Ambo en Kim Longinotto hun nieuwste films. Gezamenlijk moeten deze documentaires de vraag kunnen beantwoorden: bestaat the female gaze, ‘de vrouwelijke blik’?

    The Gaze

    De titel van het programma verwijst naar een invloedrijk artikel van Laura Mulvey uit 1975, Visual Pleasure and Narrative Cinema. Zij muntte de term the male gaze, ‘de mannelijke blik’. Mulvey constateerde dat in traditionele Hollywood-films, gemaakt door mannen en met mannelijke hoofdpersonen, het publiek een mannelijke blik op vrouwen kreeg opgedrongen. ‘De vrouw als afbeelding, de man als drager van de blik’, zoals ze schreef. De man was actief, de vrouw passief – de man subject, de vrouw object.

    Sindsdien is veel gediscussieerd over the male gaze en the female gaze: hoe kijken vrouwen en hoe worden ze bekeken? Zinvolle vragen, die niet eenvoudig te beantwoorden zijn. Want wat maakt een blik precies male of female?

    De afgelopen jaren kreeg die discussie extra vaart dankzij de Bechdel-test. Deze eenvoudige checklist stamt al uit 1985, toen kunstenares Alison Bechdel in haar komische stripserie Dykes to Watch Out For een vrouw liet zeggen: "Ik ga alleen naar films die aan drie basisvoorwaarden voldoen. Eén, er moeten minstens twee vrouwen in zitten, die, twee, met elkaar praten over, drie, iets anders dan een man." Vooral de laatste tijd is de test veelvuldig toegepast, met meestal als aanvullende voorwaarde dat de twee vrouwen een naam moeten hebben. Bedroevend weinig speelfilms blijken eraan te voldoen. Enkele Zweedse bioscopen besloten de Bechdel-uitkomst in 2013 daarom als waarschuwing aan hun filmclassificaties toe te voegen.

    Representatie

    Daarmee is de discussie over de rol van vrouwen in speelfilms nieuw leven ingeblazen. Maar hoe zit dat met documentaires? Dat is nog maar weinig onderzocht – en of de Bechdel-test geschikt is voor documentaires staat ter discussie. Wel publiceerde het Amerikaanse Sundance Institute in 2013, samen met de organisatie Women in Film, het rapport Exploring the Barriers and Opportunities for Independent Women Filmmakers, waarin het percentage vrouwelijke filmmakers wordt onderzocht van de Amerikaanse independent speelfilms en documentaires die het Sundance Film Festival heeft vertoond tussen 2002 en 2012. Van alle filmmakers (regisseurs, producenten, scenaristen, cameramensen en editors) was bij de speelfilms een kwart vrouw en bij documentaires bijna veertig procent. Het rapport concludeert: "Documentaires bieden een vrouwvriendelijker arena dan speelfilms." Als één mogelijke verklaring wordt genoemd dat "de documentairewereld een democratischer financieringsstructuur heeft en door andere vrouwen wordt geleid".

    Het Sundance Institute keek naar de eigen selectie van onafhankelijke Amerikaanse films. IDFA kijkt nu naar haar internationale programmering van de afgelopen tien jaar. Opnieuw: beeldvorming en vertegenwoordiging. Zijn vrouwen gelijkelijk vertegenwoordigd onder de filmmakers? Verschuiven die percentages in de loop der tijd? Verschilt het per werelddeel? Hoe zit het met de prijswinnaars? En de juryleden? Is de internationale documentairewereld, met andere woorden, geëmancipeerd? En hoe staat het met de inhoud van documentaires? Welk percentage van de geportretteerden is vrouw? Hoe worden ze geportretteerd? Filmen vrouwen vaker vrouwen? Vertellen ze andere verhalen? Verschilt dat per werelddeel? Kortom, wat is the female gaze?

    The Female Gaze filmprogramma 2014

    De 28 films voor het Female Gaze filmprogramma in 2014 zijn geselecteerd door vijftien internationaal vooraanstaande vrouwelijke documentairemakers: Phie Ambo, Rakhshan Bani-Etamad, Safi Faye, Heidi Ewing & Rachel Grady, Chris Hegedus, Heddy Honigmann, Pirjo Honkasalo, Nishtha Jain, Barbara Kopple, Kim Longinotto, Mercedes Moncada, Ileana Stanculescu, Jessica Yu en Jasmila Zbanic.

    12th & Delaware – Heidi Ewing en Rachel Grady
    The Beaches of Agnès – Agnès Varda
    The Bridge – Ileana Stanculescu
    Civil Status – Alina Rudnitskaya
    Eyes of Stone – Nilita Vachani
    Filming Desire - A Journey Through Women's Film – Marie Mandy
    The Gleaners and I – Agnès Varda
    Good Husband, Dear Son – Heddy Honigmann
    Good Things Await – Phie Ambo
    Gulabi Gang – Nishta Jain
    The House Is Black – Forough Farrokhzad
    How to Pick Berries – Elina Talvensaari
    Images from the Corner – Jasmila Zbanic
    Love Is All: 100 Years of Love & Courtship – Kim Longinotto
    Magic Words (to Break a Spell) – Mercedes Moncada Rodríguez
    Misconception – Jessica Yu
    Paris is Burning – Jennie Livingston
    Peasant Letter – Safi Faye
    Portrait of Jason – Shirley Clarke
    Profession: Documentarist – meerdere regisseurs
    Running from Crazy – Barbara Kopple
    Sound it Out – Jeanie Finlay
    Startup.com – Chris Hegedus en Jehane Noujaim
    Tanjuska and the 7 Devils – Pirjo Honkasalo
    The Tiniest Place – Tatiana Huezo
    Waiting for August – Teodora Ana Mihai

    IDFA's zelfonderzoek 2003 - 2013

    Het debat over de positie van vrouwen in de internationale documentairewereld gaf IDFA ook aanleiding tot zelfonderzoek: hoeveel documentaires op het festival waren eigenlijk door vrouwen geregisseerd? En werden dat er in de loop der jaren meer? IDFA bekeek de programmering vanaf 2003: het percentage vrouwelijke regisseurs bleek al jaren min of meer onveranderlijk, rond een derde van het totaal. Het nam, in tegenstelling tot wat de festivalorganisatie dacht, niet toe. Dat was een domper. Want een derde mag dan beduidend meer zijn dan vergelijkbare onderzoeken in de speelfilmwereld laten zien, het is nog altijd minder dan de helft – en bovendien bleken de vrouwelijke regisseurs niet evenredig over de programmaonderdelen verdeeld.

    Je zag ze veel in het Nederlandse competitieprogramma, waar vrouwen de helft van de regisseurs uitmaakten. Maar beduidend minder in de competitie voor lange documentaires (maar dan weer wel bij de halflange) en vaker als regisseur van jongerenfilms (in 2008 zelfs negen van de tien) dan in het Masters-programma met onbetwiste documentairemeesters. Zo bezien was er nog een lange weg te gaan. Met als meest optimistische nieuws dat er in de loop der jaren wel steeds meer vrouwelijke debutanten opdoken in het First Appearance-programma – meer dan de helft, uiteindelijk. Als die dan nu ook maar door weten te breken.

    Extra: een follow-up in 2015

    Het grote zelfonderzoek van 2014 roept een jaar later de vraag op, hoe het festival erbij staat. Is er iets gedaan met de uitkomsten van het zelfonderzoek? Mag er op zo’n korte termijn al verandering verwacht worden? Het festival nam in elk geval drie beslissingen.

    1) Er werden drie vrouwen toegevoegd aan het viewing team dat bij IDFA de voorselectie doet van ingezonden films. Als er een male en female gaze bestaan bij selectie, zou dat de balans moeten helpen verschuiven.

    2) Uit het onderzoek was gebleken dat IDFA-jury’s met een mannelijke meerderheid films van vrouwelijke makers veel minder vaak bekroonden. Daarom waren de juryleden in 2015 nadrukkelijk geselecteerd op sekse: fifty-fifty.

    3) En de samenwerking met Alliance of Women Film Journalists (AWFJ), die in 2014 begon, werd voortgezet. AWFJ kende de prijs voor beste film van een vrouwelijke filmmaker in 2015 toe aan Motley's Law van Nicole Nielsen Horanyi, met een bijzondere vermelding voor A Strange Love Affair with Ego van Ester Gould.

    En dan: het percentage vrouwelijke regisseurs in de programmaonderdelen van 2015. De internationale financiering, productie en distributie van documentaires van vrouwelijke filmmakers, die het aanbod bepalen, heeft IDFA natuurlijk niet in de hand. Maar de rol van festivalprogrammeurs moet ook weer niet worden onderschat: die zijn vaak de poortwachters naar internationale zichtbaarheid. Hoe is dat in 2015 gegaan, een jaar na de collectieve brainstorm van The Female Gaze?

    De eerste, hoopvolle conclusie is dat het totale percentage films van vrouwelijke makers in 2015 40,2 procent is. Iets hoger dan het vroegere gemiddelde – dat kan een fluctuatie zijn, maar toch. Waarbij het maar goed is dat de Top 10 niet wordt meegerekend (omdat die niet door IDFA wordt geselecteerd maar door een gast): in 2015 koos Errol Morris nul films van vrouwelijke regisseurs.

    En de winnaars? Ook dat percentage schommelde gemiddeld jarenlang rond een derde. In 2015 is het 48,2 procent van 17 prijzen (inclusief de twee publieksprijzen) – meer dus zelfs dan het percentage in de selectie. Maar die vrouwelijke winnaars maakten dan wel weer vooral kinderfilms, studentenproducties, debuten en Nederlandse documentaires. En dat is dan weer volgens het boekje.

    En dan de verschillende programmaonderdelen. Net als eerdere jaren scoren vrouwen hoog bij Nederlandse documentaires, jeugdfilms en studentenprojecten. En verschijnen ze vaker in de Mid-Length Competitie dan in de Feature-Length Competitie. In First Appearance blijven ze dit jaar onder de 50 procent steken – maar dat kan, zoals alles eigenlijk, een fluctuatie zijn. Een algemeen erkende Master word je niet van het ene jaar op het andere: opnieuw scoren vrouwelijke makers hier pijnlijk laag. En als je kijkt naar eerdere jaren dan vallen de meeste cijfers ongeveer in dezelfde bandbreedte – alleen het substantieel hogere aantal vrouwelijke regisseurs in het studentenprogramma van 2015 valt op. Opnieuw een beetje hoop voor de toekomst.

    Female Gaze zelfonderzoek Dagkrant

    • Algemeen
    • 20 november 2014
    • De redactie