Niet wat, maar hoe we kijken

    Wát we zien, herkennen we vaak wel in een film. Maar hóé we zien, is lastiger te vatten. In het programma Camera in Focus gaat IDFA na vertoning van de films in gesprek met de cameramensen die onze blik bepalen.

    In de eerste minuten van Untitled vertelt de Oostenrijkse filmmaker Michael Glawogger dat hij ooit, in een trein tussen Los Mochis en Chihuahua, bedacht dat de mooiste film die hij zich kon voorstellen er één was die nooit tot rust zou komen. Die niet geleid zou worden door een verhaal of door een thema, maar die zou blijven reizen en kijken naar alles wat op z’n pad kwam. Waarin de beelden fungeren als een soort perpetuum mobile, waarover je je kunt blijven verwonderen. Untitled moest die film die nooit tot rust kwam heten; maar Glawogger overleed in 2014, onderweg in Liberia, aan malaria – zijn editor Monika Willi monteerde vervolgens uit het nagelaten materiaal een eigen versie. Hoe ervaar je Glawoggers onrust als kijker? Hoe laat hij je zijn nieuwsgierigheid en verwondering voelen? Dat hij oog had voor prachtige beelden is duidelijk: Victor Kossakovsky, die de film selecteerde voor het IDFA-programma The Visual Voice, zei al eerder tegen de IDFA Dagkrant dat elk beeld van Glawogger een schilderij is, pure kunst. Maar hier gebeurt nog iets anders. Glawogger vermijdt elke psychologisering. Weigert betekenis te geven aan de beelden. Laat mensen niet aan het woord. Laat het mysterie intact – om het wat dramatischer te stellen. Meestal is het andersom. Meestal probeert de camera het mysterie juist te ontmaskeren, door van gepaste afstand te blijven kijken.

    Close-ups

    Hoe herken je de blik van de camera? Die je misschien ook ‘de ideologie’ van de camera zou kunnen noemen? Als het goed is, gaat dat vanzelf. In Tala Hadids House in the Fields voel je haar sympathie voor de bewoners van een Marokkaans bergdorp bijvoorbeeld in de close-ups van lachende gezichten, waarbij ze de rest van het beeld onscherp laat. Of door hoe ze kinderen de tijd geeft te vertellen over schijnbaar onbelangrijke details. 

    Iets of iemand de tijd geven, is vaak een goed teken. Het suggereert dat de camera, die Hadid zelf hanteerde, niet alleen in de eerste indruk geïnteresseerd is, maar verder wil kijken en bereid is te wachten totdat iemand zichzelf laat zien. Dat is onder meer wat Glawoggers Whores’ Glory onderscheidt van de honderden of waarschijnlijk duizenden nieuwsreportages die in de loop der tijd over prostitutie zijn gemaakt. In dit deel van zijn prachtige trilogie over mensen en werk filmden Glawogger en cameraman Wolfgang Thaler bij sekswerkers in Thailand, Mexico en Bangladesh, bij wie ze, zoals eigenlijk altijd in zijn films, ongekend dichtbij kunnen komen. Die intimiteit geldt niet alleen de sekswerkers; ook de klanten leggen uit waarnaar ze op zoek zijn. Die toegang was niet goedkoop: het kostte Glawogger en Thaler vier jaar om zover te komen. Niks zo bepalend voor de eigenheid en waarde van een film als de relatie tussen filmer en gefilmde. Op de een of andere manier begrepen mensen dat Glawogger aan hun kant stond – ook al was dat niet altijd zo.

    De straat op

    In 1962 waren mensen duidelijk nog nieuwsgierig naar de camera, want de licht spottende interviewtoon van het duo Chris Marker en Pierre Lhomme in Le joli mai stoort blijkbaar niemand. Algerije was na een oorlog van acht jaar net onafhankelijk geworden, toen op 17 oktober 1961 een vreedzame demonstratie in Parijs veranderde in een bloedbad waarbij de politie tweehonderd demonstranten vermoordde en een groot aantal van hen in de Seine dreef. De voice-over stelt dat Frankrijk op de rand van een burgeroorlog stond. Tegen die achtergrond gingen Marker en cameraman-coregisseur Lhomme de straat op met een camera die soms net zo nieuwsgierig en plagerig is als hun vragen.

    Soms moet een camera verdwijnen. Niet per se zoals de bekende vlieg-op-de-muur. In The Other Side of Everything verlaat de camera van regisseur Mila Turajlic nauwelijks het appartement in Belgrado dat ooit door het communistisch regime in tweeën werd gedeeld en waar zowel haar moeder (een bekend politiek activist) als de regisseur zelf is geboren. De deur naar de andere helft zit nog steeds dicht. De camera blijft kijken en wordt zelf een bewoner, zodat we dezelfde dingen kunnen zien, dezelfde tijd kunnen beleven als de mensen die er al decennia wonen. Dezelfde vertraging, dezelfde verveling, dezelfde verwondering. En toch beleef je door Turajlics lens ook de buitenwereld, omdat die weet waarnaar te zoeken in het gezicht van haar moeder. De politieke onrust van de voorbije decennia. De onzekerheid over wat komen gaat.

    Tijdsbeeld

    Dat is waar camera’s vaak naar zoeken: pars pro toto, een deel van het geheel. Maar wat dat geheel precies is, komt soms pas achteraf scherp in beeld. Depeche Mode 101 van Dawkins, Hegedus en Pennebaker volgt de Amerikaanse tournee van de Britse eighties-band en mixt die met beelden van fans op weg naar de concerten. Waarom lijkt een eerdere tijd achteraf toch altijd zo onschuldig? Jongetjes waren het, die de wereld over werden gevlogen. Jongens en meisjes kwamen kijken. De camera legt, mogelijk onbedoeld, een tijdsbeeld vast. Het mooie hier is dat je de momenten van verveling te zien krijgt. De onbeholpen momenten, niet de glamour. Natuurlijk genieten de bandleden van hun succes. Maar hoewel het ongetwijfeld blasé klinkt, voel je toch ook de last en sleur van een wereldtournee.

    Kan een camera iets laten zien wat die niet wil laten zien? Nicolas Rapold, hoofdredacteur van filmblad Film Comment en samen met Eric Hynes samensteller en gespreksleider van het programma Camera in Focus, citeerde in een artikel in The New York Times ooit Jacques Rivette. “Elke film is een documentaire van zijn eigen totstandkoming. Niet alleen een verslag van de mensen die erin spelen, maar ook een venster op de cultuur waarin hij geproduceerd werd.” Als je die gedachte nog iets verder voert, kun je zeggen dat elke kijker in een film dingen kan ontdekken die zelfs de man of vrouw achter de lens niet zag. Zo wordt elke film een onbekend avontuur. En misschien wel een film die nooit tot rust komt. 

    Depeche Mode: 101

    • David Dawkins, Chris Hegedus, D.A. Pennebaker
    • 1989
    • 117 min

    De Amerikaanse tournee van Depeche Mode op de voet gevolgd, afgewisseld met beelden van fans op weg naar het 101e concert in de Rose Bowl.

    Untitled

    • Michael Glawogger, Monika Willi
    • 2017
    • 108 min

    Bekijk hier tegen betaling één van de films die bij IDFA 2017 heeft gedraaid. Michael Glawoggers sublieme zwanenzang is een reis naar een onbekende bestemming. De locaties en indrukken creëren betrokkenheid, maar ook onthechting.

    Whores' Glory

    • Michael Glawogger
    • 2011
    • 119 min

    In warme kleuren gefilmd drieluik over de ambivalente levens van prostituees in Thailand, Bangladesh en Mexico.

    IDFA 2017 in woord

    • Overig
    • 30 november 2017
    • De redactie

    Luister terug naar IDFA 2017

    • Media
    • 28 januari 2018
    • De redactie