Tweegesprek Victor Kossakovsky en Jay Rosenblatt

    • Festival
    • 2 december 2005
    • Door Caspar Sonnen

    De Russische regisseur Victor Kossakovsky (links) en zijn Amerikaanse collega Jay Rosenblatt weten met films over hun kinderen het publiek zonder moeite te ontroeren. Twee vaders over film en het magische moment waarop een kind voor het eerst zijn eigen spiegelbeeld ontmoet.

    Op de Russische filmacademie leerde Victor Kossakovsky drie verboden onderwerpen voor filmmakers: kleine dieren, dronken mensen en baby’s. Alle drie roepen een staat van ontroering op waarvoor ware filmkunstenaars hun neus zouden moeten ophalen. Desalniettemin kwam de voormalig Joris Ivens Award-winnaar en maker van films als Belovy (1993) en Tishe! (2002) deze week naar Amsterdam met Svyato (2005), een overdonderende film met in de hoofdrol, jawel, zijn twee jaar oude zoontje Svyatoslav. Ook Rosenblatt verwekte zelf zijn hoofdrolspeelster. Al sinds de geboorte van zijn dochter Ella, vierenhalf jaar geleden, werkt hij aan een charmante serie portretjes. Na I Used to Be a Filmmaker (2003) en I Like it a Lot (2004) ging dit jaar I’m Charlie Chaplin (2005) in première.

    Speelgoedbezem

    JR: “Ik ben het met je oude leraren oneens, maar ik snap dat ze waarschuwden voor zoetsappigheid.” VK: “Wij moeten films maken met een uniek idee. Als jij je dochter niet had gefilmd in I Used to Be a Filmmaker, had ik nooit die scène kunnen zien waarin ze haar eigen silhouet op de koelkastdeur ziet en haar eigen schaduw benadert als ware het een ander persoon. Hoe zou iemand zoiets kunnen verbieden? Dat was briljant.”

    JR: “Eh, bedankt. Eigenlijk is die scène een soort miniversie van jouw film. Wanneer jouw zoon voor het eerst die spiegel ziet, geeft hij zijn reflectie een kusje – Ella deed precies hetzelfde bij haar silhouet.”

    VK: “Het is iets dat niemand ooit opnieuw kan beleven. Zeventien jaar geleden woonde ik in een studentenhuis zonder spiegels. Toen ik besefte dat mijn eerste zoontje zichzelf nog nooit had gezien, heb ik een grote spiegel en mijn 35mm-filmcamera gepakt. Toen hij zijn reflectie had gezien, liep hij in eerste instantie de kamer uit. Twee minuten later was mijn rol film op. Het was een ramp. Zeventien jaar later beviel mijn vrouw van mijn tweede zoon. Ik heb alle spiegels in het huis afgedekt en hem behoed voor alle mogelijke reflecties. Ondertussen bouwde ik in zijn kinderkamer een huisje om hem ongezien te filmen via vier spiegels en drie camera’s. Toen werd Svyatoslav plotseling geconfronteerd met één grote spiegel.”

    CS: “Op een gegeven moment slaat hij herhaaldelijk met geweld zijn speelgoedbezem tegen het spiegelglas. Was je als vader niet bang voor een ongeluk?”

    VK: “O het was vreselijk! Als ik mijn aanwezigheid zou verraden, was alles voor niets geweest. Ik wist dat de spiegel niet stuk kon, maar het was een ondraaglijk idee. Uiteindelijk schreeuwde ik vanuit het huisje keihard 'Stop!'. Godzijdank hield hij op en vergat vervolgens mijn schreeuw. In de geluidsmix is de schreeuw eruit gehaald.”

    CS: “Is het moeilijk te snijden in het materiaal van je kinderen?”

    JR: “Soms wel. De schaduwscène met Ella is veel langer. Het is zo’n fantastisch moment, maar het haalde de film uit balans. Alle andere kleine scènes moesten evenveel gewicht krijgen. Zo is er een prachtig moment waarop ze zichzelf voor het eerst op televisie ziet...”

    VK: “Dat heb ik ook gefilmd! Hij kijkt naar opnames van zichzelf en dan kan je zijn brein bijna horen ratelen, als een overbelaste computerprocessor.”

    JR: “Ella heeft de films zo vaak gezien dat ze als vierjarige kleuter soms haar eigen babygedrag citeert, een soort stap terug in tijd. Momenteel maken we een film waarin ik haar leer zelf films te maken. Het gaat nog een beetje stroef, ze speelt liever.”

    Opa

    CS: “In Rosenblatts films staat steeds de charmante en liefdevolle dialoog tussen vader en dochter centraal. In Svyato ontbreekt dit nagenoeg volledig. De film toont pure eenzaamheid.”

    VK: “Een kind kan alleen zelf ontdekken hoe om te gaan met het hebben van een spiegelbeeld. Mijn zoon had volledige vrijheid. Op een bepaald moment zit hij zeven minuten lang rustig in een hoekje. Oorspronkelijk wilde ik de film vertonen als één ononderbroken take. Ik speel graag met de verwachtingen van de kijker. Verveling is een belangrijk onderdeel daarvan, maar zeven minuten naar een jongetje kijken dat niks doet accepteert men tegenwoordig niet meer. Vroeger kon je de kijker zelfs in spanning houden over het onderwerp van de film, maar die speelruimte is helemaal verdwenen. Door alle recensies, filmbeschrijvingen en oneliners weet de hele zaal al voordat het licht uitgaat precies waar de film over gaat. Dat is jammer.”

    JR: “Als onervaren filmmaker wist ik vroeger maar half wat een publiek aankon. Soms werd de film een narcistische monoloog in de hoop dat het publiek zou volgen. Tegenwoordig test ik mijn films in de eindfase eerst op een groepje goede vrienden.”

    VK: “Tot vlak voor de première heb ik afgelopen week in Parijs zitten monteren. In de scène waarin Svyatoslav zijn broer en opa naar de spiegel meeneemt, kreeg ik het geluid maar niet goed. Ik had geen film. Ik heb toen rigoureus twee minuten van die scène eruit gehaald, maar dat was niet genoeg! Het publiek op de première begreep niet goed wie die man was. Nu weet ik dat opa er helemaal uit had gemoeten.”

    JR: “Wow...”

    VK: “Ik heb het gisteren gezegd tegen de organisatie, maar het was onmogelijk. Ik denk dat ze bang waren dat ze de film niet meer op tijd terug zouden zien. Er zit nu niks anders op dan er vrede mee hebben tot na IDFA. Van Tishe! heb ik later ook een andere versie gemaakt.”

    JR: “In die zin is IDFA voor jou een soort testpubliek.”

    VK: “Vroeger, toen we op film draaiden, bekeken we het ruwe materiaal wekelijks in de bioscoopzaal. Tegenwoordig zitten we tot twintig minuten voor de première achter een pc. We weten niet meer goed hoe iets overkomt op het grote doek.”

    JR: “Svyato ziet fantastisch uit, wat voor camera gebruik jij eigenlijk?”

    VK: “Een HD-camera.”

    JR: “Geen DV-cam?”

    VK: “Nee, DV-cam is shit!”

    JR: “O. Dat is wat ik gebruik.”

    Varkentje

    CS: “Wat weten jullie nog van je eigen vroege jeugd?”

    VK: “Mijn vriendschap met een varkentje. Het was op vakantie en ik moet drie jaar zijn geweest. Ik weet nog dat we samen speelden. Hij was heel slim en we begrepen elkaar, echt waar. Hij hielp me zelfs met opruimen als ik iets stouts had gedaan. Op een dag besloot mijn familie hem op te eten. Dat was vreselijk. Ze hadden mijn beste vriend opgegeten. Zomaar!”

    JR: “Wat een afschuwelijk verhaal!”

    VK: “Ik weet zelfs nog hoe hij rook. Dat varkentje begreep me, ik heb sindsdien nooit meer varkensvlees gegeten.”

    JR (lacht besmuikt): “Nou, aan zo’n verhaal kan ik niet natuurlijk niet tippen. Ik weet nog hoe ik met mijn buurjongen in het raam van mijn ouders’ appartement zat. We aten zoutjes zoals knaagdieren dat doen en keken naar buiten. In stilte observeerden we wat er gebeurde. Dat gevoel, die intimiteit, dat weet ik nog heel goed. Op dat moment waren we werkelijk eekhoorns.” CS: “Geen spiegels?”

    JR: “Eh, nee.”

    VK: “Geen spiegels.”

    Niet veel later lopen de twee filmmakers City uit, Rosenblatt op weg naar een eetafspraak en Kossakovsky naar een praatje op de Filmacademie. In Amerika en Rusland wachten ondertussen twee kleine kinderen op de terugkeer van hun papa.

    Deze website maakt gebruik van cookies.

    Door het gebruik van cookies kunnen wij meten hoe onze site wordt gebruikt, hoe deze nog verder kan worden verbeterd en om de inhoud van online advertentie uitingen te personaliseren.

    Lees
     hier alles over ons cookiebeleid. Indien je kiest voor weigeren, plaatsen we alleen functionele en analytische cookies