Animatiedocumentaires

    • Algemeen
    • 17 november 2007
    • Door KEES Driessen

    IDFA besteedt in 2007 aandacht aan een bijzondere, omstreden categorie: de geanimeerde documentaire. Kan animatie documentair zijn? Bestaat de animatiedocumentaire überhaupt? Filmjournalist en liefhebber van het genre Kees Driessen vindt van wel.

    Bij documentaires denk je aan realisme, aan de werkelijkheid, aan naar buiten gaan en vastleggen wat er in de wereld gebeurt. Animatie is bij uitstek het domein van de fantasie, van de verbeelding, van binnen blijven en met pijn en moeite, beeldje voor beeldje, een wereld verzinnen. Maar net zo goed als er verschillende vormen van documentaires zijn, bestaat animatie uit meer dan pratende muizen. En net zo goed als de grens tussen documentaire en speelfilm niet altijd helder is, bestaat er een overlap tussen documentaire en animatie.

    De vraag wat een animatiedocumentaire is en of hij eigenlijk wel bestaat of mag bestaan, valt niet te beantwoorden zonder te weten wat een documentaire is – een kwestie die elk jaar tijdens IDFA tot discussies leidt. De films uit het animatieprogramma zullen die discussie alleen maar verhevigen.

    Radiodocumentaire

    Lip Synch: Going Equipped van Peter Lord

    De eenvoudigste, minst omstreden vorm van de animatiedocumentaire is de zogenoemde geïllustreerde radiodocumentaire. Hierbij schuilt het documentaire element in de soundtrack: meestal een interview. Het interview is met animatiebeelden geïllustreerd, die vaak voor een deel uit archiefbeelden en (gemanipuleerde) foto’s bestaan.

    Een mooi voorbeeld van zo’n documentaire is Lip Synch: Going Equipped (1989) van Peter Lord, gemaakt door de Aardman Studio’s, bekend van Wallace en Gromit. In Lip Synch: Going Equipped horen we een interview met een dief die meer dan eens heeft vastgezeten, terwijl we hem zien praten in kleianimatie. De kleianimatie is subtiel en overtuigend en leidt niet af van het gesproken woord.

    Is dit een documentaire? Als er helemaal geen beeld zou zijn geweest, was het antwoord eenvoudig: ja. Alleen zouden we het dan een radiodocumentaire noemen. Als de geïnterviewde niet herkenbaar in beeld had willen komen en zijn gezicht vervormd zou zijn met digitale blokjes, dan had ook iedereen het een documentaire genoemd. Maar in zo’n geval zou het beeld geen enkele extra informatie over de werkelijkheid hebben geboden. Als de regisseur gebruik zou hebben gemaakt van archiefmateriaal, bijvoorbeeld opnamen van mensen op straat en gevangenissen, ook dan zou de film probleemloos een documentaire zijn genoemd.

    De vraag is of Lip Synch: Going Equipped in de huidige vorm minder documentairewaarde heeft dan deze alternatieven. Het lijkt mij van niet. Een andere vraag kan zijn of de animatie afleidt van de geluidsband – of het moeilijk wordt het een van het ander te scheiden. Ook dat is volgens mij niet zo.

    Herinneringen

    Drawn from Memory van Paul Fierlinger

    Bij sommige geïllustreerde radiodocumentaires biedt het beeld bovendien extra informatie over de werkelijkheid. In Abductees (1995) van Paul Vester worden mensen geïnterviewd die zeggen ontvoerd te zijn geweest door buitenaardse wezens. Hun verhalen worden geïllustreerd door animaties die gebaseerd zijn op hun eigen tekeningen. Die animaties lijken een aanvaardbare manier om hun ervaringen te verbeelden, aangezien hier geen filmopnamen van bestaan.

    Het indrukwekkende Ryan (2004) van Chris Landreth is ook een geïllustreerd interview, waarbij de personages met 3D-computeranimatie goed herkenbaar zijn gerecreëerd. Dat lijkt omslachtig, maar soms heb je nu eenmaal geen filmbeelden. Bovendien zitten de hoofden van de personages vol gaten waar gekleurde vormen uitsteken als abstracte verbeeldingen van hun herinneringen en gevoelens. De geïnterviewde Ryan Larkin was een aan lager wal geraakte animatiefilmer, waardoor deze bewerking een eigen logica en kracht krijgt.

    Het prachtige en uitstekend geanimeerde Drawn from Memory (1995) van Paul Fierlinger gaat nog een stap verder. De geluidsband is hier een voice-over. Dat lijkt minder documentair dan een interviewfragment, omdat een voice-over (meestal) een zorgvuldig overdachte, uitgeschreven en voorgelezen tekst is. Toch accepteren we een voice-over normaal gesproken zonder probleem als onderdeel van een documentaire. Zeker voor een egodocumentaire, en dat is Drawn from Memory, die het levensverhaal vertelt van regisseur Paul Fierlinger. Fierlinger werd geboren vlak voor de Tweede Wereldoorlog, vluchtte naar de Verenigde Staten en keerde na de oorlog met zijn vader terug naar Tsjechoslowakije. Fierlinger heeft echter niet alleen de geluidsband ingesproken maar ook zelf de animaties getekend. Als we zijn gesproken herinneringen accepteren als documentair, moeten we dat dan ook met zijn getekende herinneringen doen? Wat is het wezenlijke verschil?

    Bloot

    Bloot: Zweten van Mischa Kamp

    Nog dichter bij de visuele werkelijkheid komen films waarin oorspronkelijke filmopnamen tot animatie bewerkt zijn, zoals bij de speelfilms Waking Life en A Scanner Darkly van Richard Linklater. Hierin is alles in de computer overgetrokken en bewerkt, maar zijn de acteurs nog prima herkenbaar als Keanu Reeves en Winona Ryder – ook al ligt er een animatielaagje over hen heen.

    De vraag bij dit soort films is natuurlijk wel: hoeveel lijkt het animatiebeeld nog op het origineel? Een gewone kleurenfilm verliest het driedimensionale effect van de werkelijkheid. Een zwart-witfilm gaat nog een stap verder en laat kleur achterwege. Een overgetrokken animatiefilm gaat nog een paar stappen verder – het aantal stappen is afhankelijk van de techniek.

    Mischa Kamp heeft voor de serie Bloot (2006), waarin jongeren praten over seks, ook gebruikgemaakt van deze techniek, waarbij filmbeelden van jongeren zijn overgetrokken en bewerkt. In tegenstelling tot A Scanner Darkly zijn de jongeren zelf hier nauwelijks nog herkenbaar – op straat zou je ze zo voorbijlopen. Maar de bewegingen hebben hun realistische kracht behouden.

    Propaganda

    The Sinking of the Lusitania van Winsor McCay

    We kunnen het aantal films dat we animatiedocumentaire noemen uitbreiden als we ook propagandafilms, educatieve films en natuurfilms tot het documentairegenre rekenen. In dat geval mag je Sinking of the Lusitania van Winsor McCay uit 1918 als de eerste belangwekkende animatiedocumentaire beschouwen. Sinking of the Lusitania is een geanimeerde reconstructie van een onderzeebootaanval tijdens de Eerste Wereldoorlog op een Amerikaans schip voor de kust van Ierland. De teksten zijn propagandistisch, hoewel dat weinig nut meer had toen de film drie jaar later eindelijk uitkwam. Regisseur Winsor McCay was verreweg de beste animatiemaker van zijn tijd – de souplesse van bewegingen en de detaillering van zijn films zouden decennia ongeëvenaard blijven. Alle tekeningen werden nog integraal met de hand gemaakt; het zinkende schip is zeer realistisch en overtuigend.

    Kun je deze film accepteren als verslag? In die tijd was het nog gebruikelijk krantenartikelen te illustreren met tekeningen in plaats van foto’s. Rechtbanktekeningen, een overblijfsel van deze traditie, accepteren we nu ook nog zonder probleem als onderdeel van een verslag. Waarom zouden we dat met McCay's animaties niet doen?

    Virtueel

    Order Electrus van Floris Kaayk

    Met de fake animatiedocumentaire trekken we de grenzen van het genre natuurlijk ver op. De Nederlandse animatiefilmer Floris Kaayk maakte een geanimeerde fake natuurfilm, Order Electrus (2005), over uit elektronica opgebouwde diertjes. Alle beelden zijn echt geschoten – met het typerende beweeglijke, zoomende camerawerk van de natuurdocumentaire – maar de beestjes zijn computergeanimeerd.

    Nog verder gaat de geanimeerde ingezonden brief, zoals Jute: Letter for Carter (1979) van Gerrit van Dijk of de lyrische sovjetpropaganda Plus Electrification (1972) van Ivan Aksentsjoek. In de bijzondere film Learned by Heart (2007) van Marjut Rimminen en Päivi Takala wordt animatie gebruikt naast en ook in foto’s en filmbeelden. Learned by Heart is een reconstructie van de jeugd van een meisje in het naoorlogse Finland.

    Een apart, nieuw fenomeen is een documentaire die zich afspeelt in een geanimeerde wereld – waar de animatie dus de realiteit is. In My Second Life (2008) van Douglas Gayeton wordt het verhaal verteld van Molotov Alva, die leeft in de online virtuele wereld Second Life. Daar speelt dus ook de documentaire, of eigenlijk de fake documentaire, zich af.

    Randgevallen

    Het verschijnsel animatiedocumentaire kent dus, net als de documentaire zelf, randgevallen. Maar het bestaat wel degelijk. Vaak wordt voor deze vorm gekozen als er geen gewone filmbeelden bestaan of omdat mensen niet herkenbaar in beeld willen. Meestal gaat het dan over precaire onderwerpen als seks, misdaad of oorlog. En op andere momenten spreekt de maker met zijn animatiebeelden zoals hij anders zou spreken in een voice-over, een middel dat we allemaal normaal vinden voor een documentaire. En zo beweegt hij zich langs de grenzen van het genre, die getrokken worden en verlegd, en die uiteindelijk niet door de maker, maar door de kijker worden bepaald.

    Het Holland Animation Film Festival (HAFF) stelde het IDFA-animatieprogramma samen met zo’n vijftig titels, van 1916 tot nu.

    Deze website maakt gebruik van cookies.

    Door het gebruik van cookies kunnen wij meten hoe onze site wordt gebruikt, hoe deze nog verder kan worden verbeterd en om de inhoud van online advertentie uitingen te personaliseren.

    Lees
     hier alles over ons cookiebeleid. Indien je kiest voor weigeren, plaatsen we alleen functionele en analytische cookies