Maryam Ebrahimi over Stronger than a Bullet: ‘Propaganda maakt een oorlog’

    Oorlogsfotograaf Saeid Sadeghi beseft dertig jaar na de Iran-Irakoorlog zijn aandeel in het propageren van die oorlog en zoekt in Stronger than a Bullet met filmmaker Maryam Ebrahimi naar de strijders van toen.

    Hij leeft nog omdat hij foto’s maakte. Maar eigenlijk was het de bedoeling van oorlogsfotograaf Saeid Sadeghi om te sterven als martelaar in de Iran-Irakoorlog. Dat was tenslotte wat iedereen in de loopgraven nastreefde: een heroïsche dood met een wonderschoon hiernamaals in het Paradijs. Nu, zo’n dertig jaar na het einde van de bloederige strijd, kijkt Sadeghi terug en bedenkt hij dat dankzij zijn foto’s een miljoen mannen en jongens zich meldden – om genadeloos te sneuvelen. “Propaganda maakt een oorlog”, zegt de Iraanse filmmakter Maryam Ebrahimi. “Niemand zoekt uit zichzelf een oorlog op.” 

    Na eerdere IDFA-successen als co-regisseur van No Burqas Behind Bars (2012) en Prison Sisters (2014) is Stronger than a Bullet haar eerste eigen film over een onderwerp dat haar persoonlijk raakt: “Ik groeide op met deze oorlog, net als mijn hele generatie”, zegt Ebrahimi (1976). “Iedereen heeft iemand verloren, zoals ik destijds mijn beste vriendje.” De duizenden foto’s van juichende, triomfantelijke soldaten sierden destijds dagelijks de kranten van de nieuwe regering; of die van rouwende, maar toch blij trotse weduwen en moeders in hun zwarte gewaden.

    Fotograaf Sadeghi was een van de persfotografen die de beelden aanleverde; ook hij was religieus overtuigd van de strijd. In de film bezoekt Sadeghi per trein gedenkplaatsen en oud-soldaten, in overigens oogstrelende beelden en landschappen. Hij vertelt bij schokkende zwart-witbeelden van lijken in loopgraven hoe hij acht jaar lang naast, onder en boven de doden doorbracht – gelijk de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog. “Daar had niemand moeite mee”, verklaart Ebrahimi: “De ziel van de dode was immers al in het paradijs.” Foto’s van doden werden niet uit de krant gehouden, maar alleen de meest sierlijk gestorvenen werden gepubliceerd. “Dat normaliseren van de dood zie je terug bij de huidige stroom Syriëgangers”, zegt Ebrahimi: “Deze oorlog ligt sowieso ten grondslag aan zo’n beetje alle conflicten die nu spelen in het Midden-Oosten.”

    De propaganda werd tot in de scholen doorgevoerd, zodat kinderen van dertien, veertien tegen de zin van hun ouders vertrokken naar de loopgraven. “Dit is de enige oorlog waarin kinderen vrijwillig hebben meegevochten”, zegt Ebrahimi.

    Sadeghi lijdt sterk aan zijn schuldgevoel, en samen met Ebrahimi gaat hij op zoek naar de mensen op zijn foto’s. Ook bezoeken ze de plekken waar hij fotografeerde, daar waar de meeste doden vielen: een verwaarloosd niemandsland tussen Irak en Iran. Hier ligt in de zandduinen een surrealistisch tapijt van kogelhulzen, granaten en lichaamsdelen waar nooit meer naar is omgekeken; een hallucinerend landschap.

    Op de bovenste verdieping van de Munt is gedurende IDFA een tentoonstelling ingericht van Sadeghi’s foto’s.

    Eén been in Zweden, het andere in Afghanistan

    • Festival
    • 24 november 2016
    • De redactie

    IDFA 2017 in woord

    • Overig
    • 30 november 2017
    • De redactie