‘Bij Idomeni stonden minstens 2000 camera’s’

    • Festival
    • 23 november 2017
    • Door Olga van Ditzhuijzen

    De beelden van aanspoelende vluchtelingen op Griekse eilanden laat ook de Chinese gemeenschap in Athene niet onberoerd. In de verrassende, tragikomische film Lady of the Harbour besluit de kordate Chinese ondernemer Susanne een handje te helpen. 

    “Dit is geen vluchtelingenfilm”, benadrukt regisseur Sean Wang. Hij richtte zijn lens juist op de vrijwillige hulpverleners, in dit geval een groep Chinezen in Griekenland, om zo een inkijkje te geven in hun bestaan. Toch biedt de film een verassend perspectief op de vluchtelingenproblematiek, soms op tragikomische wijze. “Het is ook een absurde situatie. Bij het filmen in Idomeni (een doorgangskamp op de Grieks-Macedonische grens, red.) stonden minstens 2000 camera’s, ik vermoed dat er tweehonderd documentaires worden gemaakt. Soms waren er meer hulpverleners en vrijwilligers dan vluchtelingen”, aldus Wang.

    Een van die vrijwilligersgroepen wordt aangevoerd door de Chinese ondernemer Susanne. Ze wil iets terugdoen voor haar ‘tweede vaderland’ Griekenland en begint geld en hulpgoederen in te zamelen voor de Syrische vluchtelingen die in de haven van Piraeus en op de stranden van Lesbos arriveren. De ontreddering van de tienduizenden vluchtelingen brengen bij Susannes vrijwilligerslegertje herinneringen naar boven aan hun eigen migratieverhalen.

    De film toont de herkenbare klunzigheid die goede bedoelingen zo vaak met zich mee lijken te brengen. Ook tergend is de bureaucratische reflex van hulpverleners die de chaos in de kampen proberen te beteugelen. Daardoor besluit Susanne op eigen gelegenheid spullen uit te delen, wat beelden oplevert van kluwens vechtende mensen die zich als wilde dieren storten op voorverpakte croissantjes en stekkerdozen.

    Islamitisch én Chinees

    Wang stuitte op dit pakkende verhaal dankzij zijn vader, die voor werk tijdelijk in Athene woonde en daarna fungeerde als coregisseur. Het paste in Wangs zoektocht naar ‘identiteit’, dat een belangrijk thema is in zijn werk: “Ik ben opgegroeid in Beijing en spreek het lokale, cockney-achtige accent, maar toch hoor ik er ook weer niet helemaal bij: mijn ouders kwamen van het platteland. Bovendien ben ik een Hui-Chinees, wat betekent dat ik moslim ben. Ik ben zelf niet gelovig, maar mijn grootouders bijvoorbeeld wel.” De Hui stammen af van Perzische en Turkse rondreizende handelaren uit de dertiende eeuw, en die islamitische én Chinese culturele inborst ziet Wang tot zijn tevredenheid samenkomen in deze film.

    “De geschiedenis van de Chinese gemeenschappen in Europa wordt zelden belicht”, zegt Wang, “terwijl het een enorme, veelzijdige bevolkingsgroep is.” De grootste gemene deler is wel business: ‘stil zitten en geld verdienen’ is een gevleugeld Chinees gezegde, zegt Wang – onder meer reden dat de Chinese gemeenschap niet zo graag op de voorgrond treedt. 

    “Ze laten niet zo snel hun ware gezicht zien tegen niet-Chinezen”, verklaart Wang. “In de Aziatische cultuur zijn mensen zich sterker bewust van de mening van anderen. Maar Susanne heeft voor Chinese begrippen een vrij unieke, open persoonlijkheid. Die heeft ze na haar komst in Griekenland ontwikkeld: ze verstaat de kunst van omgaan met mensen ondanks haar wat dwingende hang naar leiderschap.”  

    Gerelateerd

    IDFA 2017 in woord

    • Overig
    • 30 november 2017
    • De redactie

    Deze website maakt gebruik van cookies.

    Door het gebruik van cookies kunnen wij meten hoe onze site wordt gebruikt, hoe deze nog verder kan worden verbeterd en om de inhoud van online advertentie uitingen te personaliseren.

    Lees
     hier alles over ons cookiebeleid. Indien je kiest voor weigeren, plaatsen we alleen functionele en analytische cookies